Rinie Deij – Breskens

“Een stem in de Zwarte Polder: Jouw schat wacht op je, daar in het strandpaviljoen!”

Het is inmiddels alweer heel wat jaren geleden dat er op het strand van Nieuwvliet vlak bij de radarpost aan de Zwarte Polder iets zeer ingrijpends in mijn leven plaatsvond. Ik woonde toen in Terneuzen en was samen met mijn vrouw Joke uitbater van café ’t Keldertje aan de Haarmanweg en tevens in het bezit van een horecapand op de Markt.

Financieel geen problemen, twee lieve dochters en leuke kleinkinderen; geen probleem. Het enige probleem was dat de dertig jaar durende relatie tussen Joke en mij steeds verder aan het afbrokkelen was, zodanig dat een scheiding onafwendbaar leek. De kerk zei me natuurlijk niet veel, éénmaal in het jaar ( met de Kerst ) vond ik wel genoeg. Eerst veel geld verdienen, dat andere kwam misschien dan later wel eens. Maar we zaten wel met het feit dat we behoorlijk in de sores zaten, een worsteling van jewelste waarbij ik het idee kreeg net als bij drijfzand: hoe harder we worstelden, hoe dieper we wegzakten.

Op een zondagmiddag, we waren in de buurt van Cadzand, besloten we nog eens alles met elkaar door te praten; we huurden een hotelkamer voor de nacht en discussieerden de hele nacht zonder ook maar een stap verder te komen. De volgende morgen besloten we naar onze caravan bij Camping Schippers te gaan; Joke met de auto en ik al joggend over het strand. Ze zou me opwachten bij het strandpaviljoen. Nou het lopen ging natuurlijk voor geen meter wanneer je volop in de zorgen zit en de hele nacht geen oog hebt dicht gedaan.

Ik was zowat tot aan de radarpost gesukkeld toen er iemand me plotseling riep : Rinie! Ik keek rond me en tot mijn verbazing zag ik niemand vlak bij. Weer die stem: Rinie! Ik dacht dat ik gek werd, overspannen of zoiets, maar toen kwam er plotseling een vraag, heel zacht maar duidelijk : Rinie, zie je die mensen daar? Zie je wat ze doen? Ik zag aan de duinrand een aantal mensen in het zand wroeten en antwoordde toen: Die mensen zoeken haaientanden. Jawel, zei die stem, zij zoeken voor hen iets waardevols; weet jij waar jouw schat is? Ik begreep er totaal niks van en stamelde: Nee, ik zou het niet weten. Tot het antwoord kwam: Jouw schat wacht op je, daar in het strandpaviljoen!

Op dat moment was het of er een sluier van mijn ogen, van mijn denken, werd weggenomen en plotseling besefte ik waar ik al die tijd mee bezig was geweest. Plotseling doorzag ik de leugen die in ons was gaan leven, en wist ik dat ik nog zielsveel van Joke hield en dat het niet anders kon zijn dan dat God zelf tot me gesproken had, niet veroordelend maar met liefde en genade. Onder tranen kwam ik bij Joke en vertelde haar alles en vroeg haar me te vergeven.

Mijn dochter Marleen, die inmiddels tot geloof in Jezus Christus was gekomen, zag het één en ander aan en besloot andere christenen in de familie en van de kerk waar ze kwam te vragen om voor ons te bidden. Sinds die tijd hebben we Jezus Christus leren kennen als onze redder en proberen we ons leven aan God toe te wijden.

Ons huwelijk (37 jaar inmiddels, dank zij Hem) is beter dan ooit, we houden van west Zeeuws Vlaanderen, van de ‘westerlingen’ en wonen daarom sinds enkele jaren met veel plezier in Bresjes. We zijn ervan overtuigd dat Jezus Zijn leven gaf voor elk mens en niet voor een exclusieve groep, maar dat Hij iedereen wil redden en helpen in deze jungle; iedereen die Hem uitnodigt in zijn of haar leven te komen zal dat daadwerkelijk ervaren. Zoals de bijbel zegt in het boek Romeinen 10 vers 11 t/m 13: Al wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.